builderall
Onze roedel

Dzilla (3 oktober 2004 - 13 april 2005)

Bijna een half jaar zonder hond – voor mij was dat ondenkbaar. Hoe kon je in godsnaam genieten van een boswandeling zonder een enthousiaste viervoeter naast je? Op mijn veertiende voelde dat gemis alleen maar intenser. Wandelen zonder hond? Pure tijdverspilling!
En toen zagen we haar. In de lokale dierenwinkel – iets wat destijds nog kon – lag een kleine Newfoundlanderpup, een zwart bolletje fluff met ondeugende oogjes. Dat zette ons aan het denken. Thuis doken we in boeken en het internet om meer te leren over het ras en mogelijke fokkers. Al snel kwamen we terecht bij een fokker in Neerpelt, die in oktober een nestje verwachtte. We gingen kennismaken, ontmoetten de trotse toekomstige ouders en zagen dat alles piekfijn in orde was. En toen begon het lange wachten...
 
Op 3 oktober 2004 werden ze geboren. Hoeveel het er precies waren en de verdeling reutjes/teefjes weet ik niet meer, maar één ding stond vast: wij waren op slag verliefd op het kleinste, pittigste pupje uit het nest. De fokkers vertelden ons dat zij altijd als eerste haar voer op had – en als ze klaar was, vrolijk verder snoepte bij haar broertjes en zusjes. We hadden haar in het nest al 'Dogzilla' genoemd. Omdat we een naam met een ‘D’ moesten bedenken, hebben we het dan netjes afgekort tot Dzilla. Korte, krachtige naam, met een knipoog naar haar vraatzuchtige karakter. Perfect.
 
Eind november kwam ze bij ons wonen, en ze was een droom van een pup. Leergierig, gehoorzaam en superslim. Ze groeide als kool en leek in alle opzichten een kerngezonde, blije hond. Totdat de eerste signalen kwamen. Ze at plots minder, werd lustelozer, en begon vaker in huis te plassen. Een bezoek aan de dierenarts leverde pilletjes op, maar geen echte verbetering. Verdere tests wezen uit dat er iets mis was met haar lever.
 
De zoektocht naar antwoorden bracht ons naar de universiteitskliniek in Merelbeke. Daar ontdekten ze via een echo en röntgenfoto’s dat Dzilla leed aan een levershunt. Kort gezegd: haar lever functioneerde niet zoals het hoorde, waardoor haar bloed niet goed werd gezuiverd. Ze was zichzelf langzaam aan het vergiftigen. Een operatie was haar enige kans, maar Merelbeke beschikte niet over de juiste expertise. De hoop werd verlegd naar de universiteitskliniek in Utrecht.
 
In Utrecht waren ze verbaasd over haar groei – honden met een levershunt blijven meestal klein en fragiel, maar Dzilla had gevochten, had zich ontwikkeld tot een stevige meid. We lieten haar achter met de hoop dat ze haar konden redden.
 
En toen kwam het telefoontje. Nog tijdens de operatie belde de chirurg: Dzilla’s lever was te klein om een grote hond een waardig, pijnloos leven te laten leiden. Zelfs als ze uit de narcose zou komen, zou ze hooguit nog enkele weken hebben, en die zouden verre van comfortabel zijn. We kregen de hartverscheurende keuze: haar laten ontwaken om afscheid te nemen, of haar laten gaan in haar slaap.
 
Mijn mama moest aan de telefoon beslissen, en hoewel het de moeilijkste keuze ooit was, wisten we dat het de juiste was. Dzilla laten bijkomen uit de narcose, alles laten verwerken en dan alsnog afscheid moeten nemen – dat was niet eerlijk tegenover haar. Maar de wetenschap dat we er niet bij waren toen ze ging, dat bleef een pijnlijk gemis.
 
Onze dappere, slimme, immer vrolijke pup zou nooit meer naar huis komen. Het was een keiharde realiteit om te aanvaarden. En het deed pijn om te beseffen dat ze waarschijnlijk al haar hele korte leventje ongemak en pijn had gehad, maar desondanks bleef vechten om bij ons te zijn.
 
De universiteitskliniek in Utrecht stuurde ons later nog een kaartje, samen met haar knuffel die we bij haar hadden achtergelaten. Dat gebaar betekende zoveel. We zijn enorm dankbaar voor alle artsen, studenten en medewerkers in zowel Merelbeke als Utrecht. Ze hebben haar niet kunnen redden, maar ze hebben alles geprobeerd – en ze hielden daarbij niet alleen rekening met haar, maar ook met ons.
 
Dzilla, je was een klein wondertje. En je blijft voor altijd in ons hart. ❤️