1991 was een jaar vol grote veranderingen voor mij. In april werd ik grote zus van mijn broertje Aaron, een mijlpaal op zich. In augustus verhuisden we van mijn grootmoeders huis in Kapellen naar ons eigen huis in Hoevenen, een nieuw avontuur. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam er later dat jaar nóg een belangrijke toevoeging aan de familie: een Bouvierpup voor mijn grootmoeder, als gezelschap. Maar stiekem hoopten we al dat we haar zelf mochten houden als het toch niet zou klikken.
Mijn grootmoeder was echter meteen verknocht aan Sultan, en ik ook. Vanaf dat moment draaide mijn hele wereld om dat kleine, harige wonder. Elke ochtend vroeg ik of we ‘naar het woefke konden kijken’, ‘met het woefke mochten spelen’ of ‘langs de Boms konden gaan’ – alles om maar even met Sultan te kunnen ravotten. Mijn ouders werden er een beetje gek van en besloten contact op te nemen met de fokker van Sultan. Toeval of niet: er was nog een teefje beschikbaar! We mochten haar datzelfde weekend ophalen. Ook al was ik nog klein, ik wist precies wat er ging gebeuren.
Die zaterdagochtend was het mistig – potdicht zelfs – maar dat kon ons niet deren. Geen haar op ons hoofd die eraan dacht om onze nieuwe pup niet op te halen! Dus vertrokken we door de dikke mist naar Rilland-Bad. En daar was ze: Pasha. Nog geen seconde later sprong ze enthousiast op de achterbank… recht op mijn zes maanden oude broertje. Aiaiaiai, wat hadden we nu gedaan? Maar geen paniek: Pasha was een schat van een hond. Ik geloof niet dat we haar ooit iets twee keer hebben moeten zeggen.
We woonden in een doodlopend straatje en als alle kinderen buiten speelden, lag Pasha steevast bij het begin van de straat. Kwam er een auto? Dan stond ze op, maar wijken deed ze niet – tenzij ze de auto herkende. Ze hield de wacht over ‘haar’ kinderen, en dat nam ze heel serieus. Zo serieus zelfs, dat onze overbuurvrouw ons af en toe belde met de boodschap: "Jullie hond ligt nog steeds op de oprit!"
Pasha en Sultan waren onafscheidelijk. Als mijn broer en ik naar onze grootmoeder gingen, mocht Pasha mee om met haar zusje te ravotten. Ze was altijd in voor avontuur: wandelen, spelen, rennen, gek doen – ze was erbij. Op Werelddierendag ging ze zelfs mee naar school, waar ze meteen de ster van de dag was. Iedereen was onder de indruk van wat ze allemaal kon en hoe ontzettend lief ze was. En ik? Ik barstte van trots.
Pasha was altijd kerngezond, tot ze op bijna 13-jarige leeftijd plotseling een niercrisis kreeg. Haar hele lijfje schokte, en we wisten dat het tijd was om afscheid te nemen. Onze dierenarts kwam bij ons thuis om haar vredig te laten gaan. Mijn broer wist niet wat hij met zijn verdriet aan moest en rende weg. Hij kende een leven zonder Pasha niet – en eigenlijk wij ook niet. Je denkt altijd dat je hond voor altijd bij je blijft, maar dan ineens moet je loslaten. Dat doet pijn. En ja, het slijt, maar het gaat nooit echt over. Je blijft ze altijd missen, hoe lang het ook geleden is.
Maar één ding weet ik zeker: Pasha had een fantastisch leven. Ze was altijd bij ons. Ze was het soort hond waar veel mensen alleen maar van kunnen dromen – maar voor ons was ze realiteit. Lief, vrolijk, eigenwijs en ongelooflijk slim.
Bedankt voor de prachtige 12,5 jaar, Pasha! 💛